Wet- en regelgeving 

De kwaliteit van kinderopvang kan omschreven worden als datgene dat de opvang verantwoord maakt. Kwaliteit van kinderopvang betekent dat kinderen zich op een optimale manier kunnen ontwikkelen. Er wordt momenteel gewerkt aan een nieuwe kwaliteitswet. De verwachting is dat deze zogenaamde Innovatie Kwaliteit Kinderopvang 1 januari 2018 van kracht wordt. 

In de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen worden minimum eisen gesteld aan de kwaliteit van de opvang. Deze wet stelt dat de opvang moet zorgen voor “verantwoorde kinderopvang”. BOinK heeft, in samenwerking met Brancheorganisatie Kinderopvang, het begrip “verantwoorde kinderopvang” verder uitgewerkt in het Convenant Kwaliteit Kinderopvang, waarin afspraken gemaakt zijn over groepsgrootte en het aantal kinderen per pedagogisch medewerker, maar ook over stamgroepen, voorwaarden voor opendeurenbeleid en eisen aan het pedagogisch beleidsplan en accommodatie. Voor peuterspeelzalen heeft BOinK in samenwerking met MO-groep Welzijn en Maatschappelijke Dienstverlening het Convenant Kwaliteit peuterspeelzaalwerk uitgewerkt. In 2013 zijn beide convenanten samengevoegd tot het Convenant Kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen. De overheid heeft de afspraken overgenomen in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) en een Ministeriële Regeling (waarin o.a. het vierogenpricipe is opgenomen). Beide zijn wettelijke voorschriften waarvan niet mag worden afgeweken.

Kwaliteit in de praktijk

Kwaliteit kan onderverdeeld worden in twee pijlers: structurele kwaliteit en proceskwaliteit.

Structurele kwaliteit wordt gebaseerd op structuurkenmerken, bijvoorbeeld het aantal vierkante meters van de binnen- en buitenruimte, veiligheid, hygiëne, groepsgrootte, het aantal kinderen in verhouding tot het aantal pedagogisch medewerksters, opleidingsniveau van de pedagogisch medewerksters, pedagogisch beleid en het spelmateriaal. Per opvangsoort gelden andere eisen voor deze structurele kwaliteit. Kijk hier voor de specifieke kwaliteitseisen en aanbevelingen voor de verschillende soorten opvang:

> Dagopvang
Buitenschoolse opvang
Gastouderopvang
Tussenschoolse opvang
Peuterspeelzalen

Proceskwaliteit, ook wel pedagogische kwaliteit genoemd, is de kwaliteit van de ervaringen die kinderen opdoen in hun interacties met de sociale en materiële omgeving. Het gaat bijvoorbeeld om het contact met leeftijdgenootjes en of de groepsruimte de ontwikkeling van het kind stimuleert. Deze kwaliteit is moeilijk te waarborgen via regels en wetten, maar vereist een kritische blik en continue scholing van pedagogisch medewerkers.

Toezicht en handhaving

De gemeente is verantwoordelijk voor het toezicht op kwaliteit van de opvang en geeft de lokale GGD opdracht om inspecties uit te voeren. De GGD inspecteert verschillende kwaliteitsdomeinen, zoals de veiligheid, accommodatie en het pedagogisch beleid. Hier leest u meer over de inhoud van de inspectie. De GGD schrijft na iedere inspectie een rapport dat wordt gepubliceerd op de website van het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen. De ondernemer is verplicht het rapport ook op de website van de opvang te plaatsen. In het inspectierapport geeft de GGD een advies aan de gemeente om al dan niet te handhaven. Wanneer een ondernemer niet voldoet aan de regels kan de gemeente besluiten tot het nemen van maatregelen. 

De onderwijsinspectie is verantwoordelijk voor de tweedelijns inspectie. Dit houdt in dat de onderwijsinspectie het toezicht door de GGD en de handhaving door de gemeente controleert. De onderwijsinspectie vormt een oordeel op basis van de jaarverslagen van de gemeente en heeft een signalerende functie richting het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Een overzicht van de verantwoordelijkheden van de GGD, de gemeente, de onderwijsinspectie en de Rijksoverheid vindt u hier.

Veilig en fris

Een veilige en gezonde omgeving binnen kinderdagverblijven (het zogenaamde ´binnenmilieu') is uiteraard heel belangrijk. 

Uit verschillende onderzoeken blijkt dat de luchtkwaliteit in veel kindercentra voor verbetering vatbaar is. Zo wordt de aanwezigheid van een te hoge concentratie van allergene stoffen en kooldioxide (CO2) geconstateerd, waardoor kinderen sneller ziek kunnen worden. 

Onvoldoende luchtkwaliteit kan samenhangen met een ontoereikend ventilatiesysteem. Dit betekent dat de ruimten in het kindercentrum onvoldoende kunnen worden geventileerd. De slechte luchtkwaliteit kan ook samenhangen met het gedrag van de gebruikers: zij sluiten bijvoorbeeld ramen of roosters of zetten deze onvoldoende open, vergeten regelmatig te luchten, gebruiken niet de juiste ventilatiestand van een systeem of laten het systeem niet vaak genoeg schoonmaken.

Oplossingen - 5 stappen
Om de luchtkwaliteit binnen de kinderopvang te verbeteren hebben we -op verzoek van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)- een brochure ontwikkeld. Hele dure en ingrijpende oplossingen kunnen ondernemers weerhouden de knelpunten in de luchtkwaliteit aan te pakken. De nadruk in deze brochure ligt daarom op eenvoudige oplossingen voor de gesignaleerde knelpunten in de ventilatie, waarmee de luchtkwaliteit binnen een kort tijdsbestek in vijf stappen kan worden verbeterd.

Veilig en fris meter
Naast de brochure hebben we in samenwerking met VeiligheidNL, een ‘veilig en friskaart’ ontwikkeld en verspreid onder kindercentra. De gebruikers van de centra kunnen middels deze kaart zien wat ze kunnen doen om de brandveiligheid en luchtkwaliteit in hun centrum te verbeteren. Het is de bedoeling dat de veilig en friskaart in de groepsruimten van alle kindercentra komt te hangen.

Nieuws

Resultaten prijspeiling 2017

Ook in 2017 hebben we een enquĂȘte gehouden onder ouders om de ontwikkelingen in de uurprijs van k...

meer