Veelgestelde vragen

Ouders

  • Wat moet ik weten over kinderopvangtoeslag?

    Kinderopvangtoeslag is een inkomensafhankelijke bijdrage aan de kosten voor de kinderopvang, die door de Belastingdienst/Toeslagen maandelijks wordt uitgekeerd. Om recht te hebben op deze toeslag dient u aan een aantal voorwaarden te voldoen.

    > Lees hier meer over kinderopvangtoeslag

  • Ik wil mijn contract opzeggen. Waar moet ik op letten?

    De opzegtermijn (en voorwaarden rondom annulering) is opgenomen in uw contract of de bijbehorende voorwaarden.

    In verband met de Wet van Dam, die stelt dat de opzegtermijn maximaal één maand mag zijn, hebben de Consumentenbond en BOinK de rechter gevraagd om uitspraak te doen over de opzegtermijn. Momenteel heeft de rechter nog geen uitspraak gedaan. Consumenten die gedurende de tijd dat de rechtszaak loopt hun kinderopvang opzeggen, kunnen op grond van de wettelijke bepalingen stellen dat die opzegtermijn maximaal een maand mag zijn. Als de betreffende ondernemer daar niet mee akkoord gaat, en hij is aangesloten bij de Geschillencommissie Kinderopvang, dan kunnen consumenten hun geschil daar voorleggen.

    > Lees hier meer over contracten

  • Hoe zit het met betaling van de gastouder en het gastouderbureau?

    Betaling van de gastouder moet via het gastouderbureau plaatsvinden. Deze moet het geld binnen vijf kalenderdagen naar de gastouder hebben overgemaakt. Er bestaat een onderscheid tussen de kosten die het gastouderbureau rekent en de kosten die de gastouder rekent. Dit onderscheid dient zichtbaar te zijn op de factuur.

    > Lees hier meer over kosten van de gastouderopvang

  • De opvang gaat verhuizen/sluiten. Waar moet ik op letten?

    Bij sluiting of verhuizing moet de opzegtermijn worden aangehouden door de opvang en ouders. Daarnaast moet er bij verhuizing een nieuw contract worden aangeboden, met een nieuw adres, nieuwe informatie over de groepen en het nieuwe LRKP nummer (geef deze zo snel mogelijk door aan de Belastingdienst). U bent niet verplicht akkoord te gaan met dit nieuwe contract. Daarom bent u niet verplicht om uw kind naar een andere vestiging te brengen.

    Wanneer u de kinderopvangtoeslag op rekening van de opvang laat storten, wijzigt u dit rekeningnummer dan zo snel mogelijk naar uw eigen bankrekeningnummer.

    De oudercommissie kan meedenken over een soepele overgang en communicatie naar ouders.

    > Lees hier meer over eisen aan contracten 
    > Lees hier waar u op moet letten bij het kiezen van kinderopvang

  • Mag de organisatie foto's van mijn kind online plaatsen?

    De organisatie behoort te voldoen aan de eisen betreft privacy- en portretrecht. Dit betekent dat de kinderen niet herkenbaar moeten zijn op de foto's. Daarbij moeten ouders toestemming geven voor het plaatsen van foto’s van hun kind(eren) of de mogelijkheid hebben om bezwaar te maken tegen de plaatsing van de foto's (wanneer deze al geplaatst zijn).

    Wij raden oudercommissies aan om samen met de organisatie een protocol of beleid op te stellen omtrent het gebruik van foto's op de website en sociale media van de organisatie.

    Bekijk de auteurswet.

  • Hoeveel pedagogisch medewerkers moeten er op de groep staan?

    Het benodigd aantal pedagogisch medewerkers hangt af van de soort opvang, van het aantal aanwezige kinderen en van de groepsgrootte. Uitzondering hierop is dat gedurende drie uur per dag minder pedagogisch medewerkers aanwezig hoeven zijn. Er moet echter altijd voldaan worden aan de kwaliteitseisen zoals die in de ministeriële regeling kwaliteit kinderopvang omschreven staan.

    > Lees hier de ministeriële regeling kwaliteit kinderopvang 
    > Lees hier meer over de kwaliteitseisen voor de kinderopvang
    Bereken de beroepskracht-kindratio

     

  • Wat houdt een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) in?

    Personen die werkzaam zijn in de kinderopvang moeten in het bezit zijn van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG). De overheid geeft deze verklaring af als er bij de aanvrager geen sprake is (geweest) van een strafrechtelijke veroordeling. Het kan voorkomen dat er iemand in de kinderopvang werkt tegen wie verdenkingen van strafbare feiten bestaan, maar die (nog) niet is veroordeeld. De Rijksoverheid heeft hier een zeer uitgebreide factsheet over opgesteld.

    > Download hier de factsheet van de Rijksoverheid

  • Hoe weet ik of de kinderopvang van goede kwaliteit is?

    De GGD controleert, in opdracht van de gemeente, of de opvang voldoet aan de geldende kwaliteitseisen. Hiertoe bezoekt de GGD elk kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang en gastouderbureau eens per jaar. Van deze bezoeken worden inspectierapporten geschreven, die online te raadplegen zijn op de website van de opvang en via het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen.

    > Lees hier wat de kwaliteitseisen per opvangsoort zijn

  • Mag een pedagogisch medewerker privé op kinderen passen?

    Volgens de beroepscode van de vakbond FNV mag dit niet. De beroepscode is bedoeld als middel om de kwaliteit van de beroepsuitoefening in de kinderopvang te bewaken en te vergroten. De beroepscode is een belangrijk handvat voor alle pedagogisch medewerkers die op professionele wijze in de kinderopvang en de peuterspeelzaal werken. 

  • Waarover en wanneer communiceert de oudercommissie met ouders?

    De oudercommissie behartigt de belangen van alle ouders van de opvang. Het is dus logisch dat er regelmatig contact is. Individuele ouders kunnen signalen neerleggen bij de oudercommissie. De oudercommissie kan geen individuele klachten behandelen, maar kan ouders wel de goede kant op wijzen en nog eens goed naar het beleid kijken. De oudercommissie houdt daarnaast ook de ouders op de hoogte van haar werkzaamheden. Een oudercommissie heeft hiervoor email of adresgegevens van ouders nodig. Deze mogen niet zomaar worden doorgegeven in verband met privacywetgeving, maar hierover kunnen afspraken gemaakt worden met de opvang.

    > Lees hier meer over communicatie met ouders 
    > Bekijk hier de brochure van BOinK over communicatie

  • Wie wordt lid van BOinK en wie betaalt de contributie?

    Iedere opvang is verplicht om een oudercommissie te hebben. Een lidmaatschap van BOinK is niet verplicht. De opvang geeft de oudercommissie vaak een bepaald budget dat voldoende is om de contributie van het BOinK-lidmaatschap, onkosten (briefpapier, kopieerkosten etc.), en eventuele scholing van de oudercommissie te kunnen betalen. Als de oudercommissie lid wordt van BOinK, dan kunnen daarmee alle ouders van de opvang gebruik maken van de diensten van BOinK.

    > Lees hier meer over het lidmaatschap

  • Wanneer is de dag van de leidster?

    De dag van de leidster valt ieder jaar op de 3e donderdag van september.

  • De opvang geeft korting op de eigen bijdrage. Mag dit?

    BOinK hoort regelmatig van dit soort (goed bedoelde) acties, die bedoeld zijn om ouders in de kosten tegemoet te komen. Echter blijkt in praktijk dat het verlagen van de ouderbijdrage (ook al is dat slechts incidenteel) invloed heeft op de kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst verrekent alle aan ouders gefactureerde bedragen en berekent op basis daarvan een gemiddelde uurprijs. Deze gemiddelde uurprijs komt dus lager te liggen op het moment dat korting is gegeven op eigen bijdrage. De Belastingdienst past daarop het recht op kinderopvangtoeslag aan en dit heeft in praktijk tot gevolg dat ouders kinderopvangtoeslag moeten terugbetalen.

    > Lees hier meer over kinderopvangtoeslag

  • U bent het niet eens met een wijziging in het beleid van de opvang, wat nu?

    Bij ondertekening van het contract bent u akkoord gegaan met het beleid dat op dat moment gold. Voor een wijziging moet uw toestemming worden gevraagd. U hoeft niet akkoord te gaan met een wijziging. Bij sommige beleidswijzigingen heeft ook de oudercommissie een rol.

    > Lees hier meer over contractvoorwaarden 
    > Lees hier meer over de taken van de oudercommissie

  • Kan mijn opvangorganisatie uren in rekening brengen die ik niet afneem?

    Het aantal uren dat de opvang u in rekening brengt is vastgelegd in uw contract of de algemene voorwaarden. De afspraken hierover kunnen per opvang verschillen. De opvang moet open zijn in de uren die u betaalt, met uitzondering van feestdagen en een enkele studiedag. Voor de bso geldt bovendien dat u samen met de opvang bepaalt of het contract inclusief of exclusief vakantieopvang is. 

    Soms rekent een buitenschoolse opvang uren waarop uw kind nog op school zit. Wanneer op de betreffende locatie ook kinderen van een andere school worden opgevangen, geldt de sluitingstijd van de vroegste school als openingstijd. Vanaf dat moment mogen kosten worden doorberekend aan alle ouders, ook als de school van hun kinderen pas later sluit.

    > Lees hier meer over kosten van de kinderopvang 
    > Lees hier meer over kinderopvangtoeslag

  • Wat houdt het vierogenprincipe in?

    In de ministeriële regeling is het volgende opgenomen: ‘de houder van een kindercentrum organiseert de dagopvang op zodanige wijze, dat de beroepskracht of de beroepskracht in opleiding de werkzaamheden uitsluitend kan verrichten terwijl hij gezien of gehoord kan worden door een andere volwassene.’
    Dit betekent niet dat er continu iemand moet meekijken of meeluisteren, maar dat op elk moment de reële kans bestaat dat er een volwassene meekijkt of meeluistert. Het vierogenprincipe houdt daarom ook niet in dat er op een groep kinderen altijd twee pedagogisch medewerkers moeten worden ingezet.

    > Bekijk hier de brochure en factsheet over het vierogenprincipe

  • Hoe is het geregeld met het vervoer tussen school en buitenschoolse opvang?

    Vanaf het moment dat de school uit is, vallen de kinderen die gebruik maken van de bso onder de verantwoordelijkheid van het kindercentrum. Vanaf dat moment moet er ‘verantwoorde kinderopvang’ worden geboden (artikel 1.49, Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen) en geldt de regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen, maar er is geen verplichting voor de aanwezigheid van pedagogisch medewerkers. Er zijn geen aparte normen vastgelegd voor het vervoer, noch is hierover een specifiek toetsingskader voor de GGD.  Elke vervoerssituatie kan immers anders zijn en moet worden toegespitst op die specifieke situatie. De GGD zal oordelen of de kinderopvang verantwoord is.

    > Lees hier meer over de kwaliteit van de bso

  • Wat zijn de eisen rondom veiligheid en gezondheid?

    Volgens de wet moet de opvang een beleid voeren dat de veiligheid en de gezondheid van de kinderen zoveel mogelijk waarborgt. In een risico-inventarisatie moet schriftelijk worden vastgelegd welke risico’s de opvang met zich meebrengt en bijbehorend plan van aanpak. Elke organisatie moet ook een meldcode hebben, om adequaat te handelen bij (vermoeden van) kindermishandeling en -misbruik. Daarnaast geldt er een meldplicht bij (vermoeden van) kindermishandeling en -misbruik in de opvangsituatie voor werkgevers/medewerkers in de kinderopvang. Tot slot moet de opvang voldoen aan de eisen rondom brandveiligheid, die getoetst worden door de Brandweer.

    > Lees hier meer over de eisen rondom veiligheid en gezondheid per opvangsoort

  • Welke regels gelden er voor een groep op de opvang?

    Opvang vindt plaats in een stamgroep (of basisgroep): een vaste groep kinderen met vaste pedagogische medewerkers. Dit biedt kinderen stabiliteit en continuïteit. Deze stamgroep heeft een maximale groepsgrootte die in de regelgeving vastgelegd is. Kinderen kunnen worden opgevangen in verticale groepen (0-4 jaar) of horizontale groepen (bijvoorbeeld 0 tot 1,5 jaar, 1,5 tot 2,5 jaar en 2,5 tot 4 jaar). Kinderen kunnen met een opendeurenbeleid buiten de eigen groep ontdekken. Ouders moeten over bovenstaande zaken goed worden geïnformeerd.

    > Lees hier meer over de kwaliteitseisen per opvangsoort

  • Wat is de rol van de oudercommissie?

    De oudercommissie bestaat uit ouders van de opvang en behartigt de belangen van alle ouders op de opvang. Dit doet zij door onder andere gevraagd en ongevraagd te adviseren over het beleid van de opvang. De oudercommissie onderhoudt contact met de ouders, maar is geen bemiddelaar bij klachten. Elke vestiging heeft een eigen oudercommissie. De oudercommissie is een onafhankelijke orgaan. Het is daarom aan te raden om naast de vergadering met de opvang ook apart te vergaderen.

    > Lees hier meer over de oudercommissie 
    > Lees hier meer over de werkzaamheden van de oudercommissie 
    > Lees hier meer over het adviesrecht

  • Hoe zit het met de beroepskracht-kindratio, opleiding van de pedagogisch medewerkers, inzet van stagiaires, drieuursregeling en vierogenprincipe?

    Hoeveel kinderen mag één pedagogisch medewerker opvangen?
    Dat hangt af van de leeftijd van de kinderen en de samenstelling van de groep. De zogenaamde beroepskracht-kindratio (BKR) kunt u bereken op 1ratio.nl. Er mag alleen van de BKR worden afgeweken tijdens de drieuursregeling (zie hieronder).

    Hoeveel kinderen mag een gastouder opvangen?
    Een gastouder mag maximaal zes kinderen in de leeftijd tot 13 jaar gelijktijdig opvangen. Eigen kinderen tot 10 jaar worden meegerekend. Daarbij mogen ermaximaal vijf kinderen tot 4 jaar gelijktijdig worden opgevangen waarbij:

    • maximaal vier kinderen tot 2 jaar
    • maximaal twee kinderen tot 1 jaar

    Hoeveel pedagogisch medewerkers er mee met een uitstapje?
    Voor activiteiten buiten de opvanglocatie geldt geen aparte BKR. Het is echter aan te raden en bijna logisch dat er bij uitstapjes ‘extra ogen’ zijn. Dit hoeven geen gekwalificeerde volwassenen te zijn. De oudercommissies kan afspraken maken met de organisatie over het aantal begeleiders bij een uitje. Een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) is niet verplicht voor personen die incidenteel worden ingezet. Ouders kunnen bijvoorbeeld ook ingezet worden.

    Welke opleiding moeten de leidsters hebben?
    De pedagogisch medewerkers moeten in het bezit zijn van een diploma van een gekwalificeerde opleiding. Wat gekwalificeerde opleidingen zijn staat in de cao kinderopvang. Medewerkers die niet over een gekwalificeerd diploma beschikken mogen ‘hand en span’-diensten verrichten zoals huishoudelijke taken. Zij tellen niet mee in de BKR maar zijn aanvullend op de BKR.

    Welke opleiding moeten gastouders hebben?
    Ook voor gastouders gelden er opleidingseisen. Deze zijn in de Ministeriele Regeling die bij de Wet kinderopvang hoort vastgelegd. 

    Tellen stagiaires mee als beroepskracht?
    De regels omtrent de inzet van beroepskrachten in opleiding zijn ook geregeld in de cao kinderopvang. Factoren die meespelen zijn het soort opleiding (BBL, BOL of HBO) en hoe ver de stagiaire in zijn/haar opleiding is. Zie pagina 34 van de cao kinderopvang.

    Hoe zit het met de drieuursregeling?
    Hoogstens drie uur per dag mag er worden afgeweken van de beroepskracht-kindratio (de zogenaamde drieuursregeling). De afwijkende inzet mag niet plaatsvinden tussen 9.30 en 12.30 uur en tussen 15.00 en 16.30 uur. Vóór 9.30 uur en na 16.30 uur mag de afwijkende bezetting niet langer duren dan anderhalf uur aaneengesloten en tijdens de middagpauze niet langer dan twee uur aaneengesloten. Bovendien mag nooit minder dan de helft van het benodigde aantal pedagogisch medewerkers worden ingezet tijdens de drieuursregeling. Het is mogelijk dat de hele dag één pedagogisch medewerker aanwezig is, mits er aan de beroepskracht-kindratio wordt voldaan. In dat geval moet er een achterwacht geregeld zijn; een volwassene die binnen 15 minuten aanwezig kan zijn en tijdens openingsuren altijd telefonisch bereikbaar is. Tijdens de drieuursregeling blijft het vierogenprincipe van kracht.

    Wat is het vierogenprincipe?
    Het vierogenprincipe houdt in dat de houder van een kindercentrum de dagopvang op zodanige wijze organiseert, dat de beroepskracht of de beroepskracht in opleiding de werkzaamheden uitsluitend kan verrichten terwijl hij gezien of gehoord kan worden door een andere volwassene. De Wet kinderopvang schrijft niet voor hoe hier invulling aan moet worden gegeven. Een opvang mag daar zelf een beleid voor opstellen waarover de oudercommissie adviesrecht heeft. De GGD moet het beleid goedkeuren als die komt inspecteren. In onze brochure ‘het vierogenprincipe in de praktijk’ staan vier praktijkvoorbeelden hoe invulling kan worden gegeven aan het vierogenprincipe. 
    Het vierogenprincipe geldt niet voor de bso en gastouderopvang. Meer over het vierogenprincipe

    De bijbehorende wetten:

    http://wetten.overheid.nl/BWBR0031613/2016-09-01#Paragraaf2_Artikel4
    http://wetten.overheid.nl/BWBR0031621/2016-10-11#Hoofdstuk1_Paragraaf2_Artikel3
    http://wetten.overheid.nl/BWBR0031613/2016-09-01#Paragraaf2_Artikel6 

Nieuws

Resultaten prijspeiling 2017

Ook in 2017 hebben we een enquête gehouden onder ouders om de ontwikkelingen in de uurprijs van k...

meer